Interview met cosmetisch arts Annebeth Kroeskop

Wie is nu eigenlijk de persoon in die witte jas? De NVCG stelt graag de cosmetisch artsen KNMG die aangesloten zijn bij de NVCG aan jou voor. Om zo onze artsen beter te leren kennen, onze kernwaarden zoals Kwaliteit & Veiligheid te delen en te vertellen wat deze voor cosmetisch arts KNMG betekenen.

Deze keer is het de beurt aan cosmetisch arts KNMG Annebeth Kroeskop. Annebeth had altijd al de droom om arts te worden: “Toen ik drie jaar was keek ik al naar plaatjes van de huid en keek ik operaties op tv. Het is voor mij nooit een twijfel geweest om arts te worden.”

Ben je op dit moment in een boek bezig?

“Op dit moment ben ik bezig in ‘The Personal MBA’: een boek over ondernemen. Als arts ben je niet echt een ondernemer, dat moet je jezelf leren. In dit boek lees ik hoe ik mijn bedrijf het beste kan inrichten.”

Als je geen cosmetisch arts was geworden, wat was je dan geworden?

Als ik een ander vakgebied in de geneeskunde zou kiezen, dan zou dat radiologie zijn. Maar als ik geen geneeskunde zou hebben gedaan, dan zou ik misschien wel ruimtevaartkundige zijn.”

Hoe zie je de toekomst in voor je kliniek?

“We zijn van plan een groei door te maken door andere specialismen toe te voegen. Wij willen ons op meer doelgroepen kunnen focussen die andere ingrepen ook interessant vinden.”

Hoe ben jij cosmetisch arts geworden?

“Tijdens mijn opleiding Geneeskunde was ik heel erg benieuwd naar de chirurgie. Aan het einde van mijn coschappen heb ik de plastische chirurgie wat beter leren kennen en merkte ik ook wat nadelen op aan het vak. Zo ben je creatief bezig, maar het overgrote deel van de tijd doe je dagenlang hetzelfde, zoals buikwandcorrecties. Tijdens de maanden dat ik meeliep, keek ik toch te vaak op de klok. Vervolgens kwam ik in het ziekenhuis een arts tegen die ik kende via de dermatologie en vroeg me of de chirurgie beviel. Toen ik aangaf dat het eigenlijk tegenviel zei de arts me dat hij een verwijsbrief kon schrijven dat ik het goed had gedaan als coassistente en dat hij mij geschikt vond voor het vak.”

“Mijn toenmalige vriend verhuisde voor zijn werk naar New York. Ik ben toen in Amerika en Nederland gaan solliciteren. In Amerika kreeg ik de kans om een curriculum mee te lopen. Al snel raakte ik bevriend met de professor cosmetische dermatologie Amy Lewis van het ziekenhuis van Yale. Zij bood me aan om in mijn vrije uren bij haar in de privékliniek te werken. Hier heb ik ontzettend veel over de cosmetiek geleerd. Ik heb daar twee jaar gewerkt en uiteindelijk mocht ik ook injecteren. Toen ben ik in Nederland de opleiding dermatologie gaan doen en heb ik contact gezocht met een aantal cosmetisch artsen. Dat waren er toen nog maar vier. Toen dacht ik: ‘dit ga ik doen, dit is wat ik leuk vind’.”

Wat sprak je meer aan in de cosmetiek dan in de dermatologie?

“Ik vind de dermatologie nog steeds erg leuk, maar het is veel van hetzelfde. Als cosmetisch arts kan je alles zelf doen, dus ik diagnosticeer zelf mijn patiënten om ze vervolgens ook zelf te behandelen. Ik kan mijn praktijk zo inrichten dat er veel vrijheid is. Als ik denk, ik ben toe aan een nieuwe prikkel, dan kan ik les gaan geven, onderzoek gaan doen, spreken op congressen et cetera. Ik heb ook commerciële bedrijven uitleg gegeven over de huid en hoe cosmetica en verzorgingsproducten op de huid werken. Dat zijn allerlei leuke en interessante dingen die je kunt gaan doen als je cosmetisch arts bent. Ook kunnen wij onze praktijk zo inrichten zoals we dat willen en ons op de wat grotere uitdagingen focussen. Wij gaan echt op een journey met onze cliënten en proberen te vertalen wat iemand wil bereiken.”

Wat vind je belangrijk tijdens je consults?

“Ik vind het vooral belangrijk dat er tijd is. Zo laat ik de cliënt altijd eerst uitpraten want meestal hebben ze een aantal dingen waarvan ze het belangrijk vinden dat ik het weet. Vervolgens kijk ik altijd naar wat er al is gedaan en of iemand een historie heeft met bepaalde producten. Ook vind ik het belangrijk om te zien of iemand gezond is of een medische historie heeft. En misschien wel het allerbelangrijkste, is vragen hoe iemand zich wil voelen als we klaar zijn met de behandeling. Hoe meer je van te voren vraagt, hoe groter de kans dat iemand zich happy voelt als je ze aan het einde van de behandeling een spiegel geeft. Als iemand voor een injectable-behandeling komt, voer ik ook een 3D-scan uit waarmee ik de huidkwaliteit kan beoordelen. Het is belangrijk om de verwachtingen te bespreken. Zo vraag ik ook wel eens of een cliënt een moment kan opnoemen waar diegene wel tevreden was met zijn of haar gezicht.”

Had je vroeger al de droom om arts te worden?

“Vroeger bestond er nog een medisch gezinsboek, tegenwoordig staat alles op internet. Dit was een dik boek met allerlei plaatjes over huidziekten. Volgens mijn ouders zat ik vanaf mijn derde al in dit boek te bladeren en plaatjes te kijken. Op zondag was Chirurgenwerk op tv waar je operaties mee kon kijken. Ik weet nog dat mijn ouders altijd hartstikke misselijk wegliepen, terwijl ik gekluisterd aan de buis zat. Ik was er altijd al door gefascineerd en als ik bijvoorbeeld bij familie op bezoek ging in het ziekenhuis, wilde ik nooit naar huis. Het is voor mij nooit een twijfel geweest om een ander beroep te kiezen dan arts. Als ik vakantie had, vroeg ik aan kennissen of ik mee mocht lopen in het ziekenhuis. Ook tijdens mijn studie liep ik in de vakanties mee met onderzoeken of deed ik een kijkstage. Ik kreeg er maar geen genoeg van.”

Wat is het beste advies dat je ooit hebt gekregen?

“Vooral luisteren naar je gevoel. Ik weet nog wel dat ik net begonnen was met een baan en dat veel mensen tegen ze zeiden dat ik echt geluk heb gehad. Maar ik zat op een plek waar ik me helemaal niet lekker voelde, maar je blijft steeds tegen jezelf zeggen dat je dankbaar moet zijn voor deze kans. Ik had er een aantal jaar over gedaan om op die plek te komen. Vervolgens heb ik het hier met iemand over gehad en vertelde ik dat ik eigenlijk helemaal niet blij was. Ik kreeg toen het advies om echt naar mijn gevoel te luisteren en ik ben erg blij dat ik dat heb gedaan.”