Interview met cosmetisch arts Paul Wijffels

Wie is nu eigenlijk de persoon in die witte jas? De NVCG stelt graag de cosmetisch artsen KNMG die aangesloten zijn bij de NVCG aan jou voor. Om zo onze artsen beter te leren kennen, onze kernwaarden zoals Kwaliteit & Veiligheid te delen en te vertellen wat deze voor cosmetisch arts KNMG betekenen.

Deze keer is het de beurt aan cosmetisch arts KNMG Paul Wijffels. Het doel om vee-arts te worden, leek Paul uiteindelijk toch geen goed idee toen bleek dat hij allergisch was voor dieren. Uiteindelijk heeft hij zijn passie gevonden in het dankbare beroep van cosmetisch arts: “Als ik een moedervlek, wratje of oneffenheid in het gezicht weghaal, vliegen de dozen gebak me om de oren uit dankbaarheid.”

Wat doe je in je vrije tijd?

“Veel sporten. Ik zit in een clubje van mountainbikers waarmee ik elke donderdag en zondag ga fietsen. Daarnaast golf ik veel en heb ik vroeger veel gevoetbald, getennist en gezeild. Ik ben graag buiten in beweging.”

Ben je op dit moment in een boek bezig?

“Ik heb er eentje op mijn nachtkastje liggen waar ik nog aan moet beginnen: ‘Uit het leven van een hond’ van Sander Kollaard. Ik heb net een nieuw hondje, dus ik ben erg benieuwd naar het boek.”

Waarom kiezen jouw cliënten voor jou?

“Inmiddels heb ik cliënten die al heel lang bij me zijn. Zij passen bij mij en voelen zich thuis. Inmiddels komen sommige cliënten met hun dochter of man.”

Hoe ben je cosmetisch arts geworden?

“Ik begon als assistent chirurg en vanuit daar ontstond het idee om dermatoloog te worden. Daarvoor moest ik promoveren en dat wilde ik niet. Zo ben ik niet zo wetenschappelijk aangelegd, maar meer praktisch. Toen kwam ik in de flebologie terecht: een mooi afgebakend vakgebied. Wat mij daarin trok, was zowel de zelfstandigheid en de mogelijkheid om in een eigen kliniek te werken. Maar het vak werd er toentertijd ook een beetje bij gedaan door de dermatoloog, chirurg en huisarts, wat niet goed was. Als je je hierin kon specialiseren dan had je dankbaar werk. Halverwege de jaren 90 deed mijn collega in het BovenIJ ziekenhuis al iets met injectables in zijn privépraktijk in Amsterdam. Zodoende ben ik ermee in aanraking gekomen. De cosmetische geneeskunde stond toen nog in de kinderschoenen. Mijn eerste trainingen heb ik in België en Frankrijk gehad, want in Nederland werd er nog niet zoveel aangeboden. Uiteindelijk heb ik dat uitgebreid naar mijn eigen praktijk.”

Waarom heb je de overstap naar de cosmetische geneeskunde gemaakt?

“Na 15 jaar spataders te behandelen, is het ook leuk om een stapje hoger te gaan. Wat mij altijd al opviel en verbaasde tijdens mijn chirurgie-tijd in het ziekenhuis, is dat de mensen die wekenlang in het ziekenhuis lagen met een ernstige aandoening, vervolgens met een klein bedankje het ziekenhuis weer verlieten zodra ze beter waren. Maar als je een moedervlek, wratje of oneffenheid in het gezicht weghaalt, vlogen de dozen gebak me om de oren uit dankbaarheid. De beleving om iets te herstellen in het gezicht is heel groot en dankbaar.”

Hoe ziet jouw gemiddelde werkweek eruit?

“Ik ben nu 69 jaar en ik werk gemiddeld nog zo’n twee tot drie dagen per week. Dat hoop ik nog heel wat jaartjes vol te houden, maar je moet ook weer niet te lang door willen gaan. Zo krijg ik wel eens de vraag van een cliënt hoe lang ik nog door wil gaan. Dan ren ik onmiddellijk naar de spiegel om te kijken of ik er al zó oud uitzie. Tegelijkertijd is het leuk om te horen, omdat ze niet graag naar een andere behandelaar willen. De twee tot drie dagen die ik werk, zitten goed vol en ik behandel zo’n 15 tot 20 mensen per dag. 20 is voor mij het maximale, zodat ik genoeg tijd voor iedereen kan nemen. Ik doe voornamelijk fillers-, botox- en laserbehandelingen. Deze behandelingen zijn geen ‘rocket science’, maar ik besef me door nascholing dat ik nooit uitgeleerd ben. Ik werk samen met twee huidtherapeutes, want een goede behandeling gaat om de juiste combinatie waar ook naar de huid wordt gekeken.”

Wat vind je belangrijk in een consult?

“Ik bied altijd de mogelijkheid aan om op consult te komen. Maar diegenen die er heel goed over na hebben gedacht, wil ik ook direct behandelen. Vaak komen cliënten met iets waarvan zij denken dat het hen blijer zal maken. Maar ik bespreek het altijd als ik denk dat we beter een andere behandeling kunnen doen. Ik kijk niet naar één rimpeltje. Het is bovendien charmant en passend bij de leeftijd. Wanneer iemand er minder vitaal of vermoeider uitziet, kan ik dat corrigeren. Voor mij gaat dit vak ook meer om de beschadigde of verslapte huid te corrigeren of herstellen en niet zozeer om iets mooier te maken wat al mooi is.”

Had je vroeger al de droom om arts te worden?

“Vroeger wilde ik dierenarts worden, of eigenlijk vee-arts. Dat was niet zozeer omdat ik meer van dieren houd dan van mensen, maar het ging mij vooral om de zelfstandigheid van het beroep. Ik zag de vrijheid om in een oude Landrover naar de boerderij te rijden wel zitten. Helaas werd ik een aantal keer uitgeloot voor dierengeneeskunde. Bovendien bleek ik erg allergisch te zijn voor dieren, wat ook niet zo handig is. Nu rijd ik in een nieuwe Landrover naar mijn praktijk en dat vind ik net zo leuk.”

Wat is het beste advies dat je ooit hebt gekregen?

“Dat zijn twee dingen. Het eerste advies is dat je nooit te veel van een ander moet verwachten. Dan raak je ook niet te snel teleurgesteld. Dat advies kreeg ik van mijn vader. Hij was psychiater. Het tweede advies kreeg ik van een oud directeur van mijn school toen ik uitgeloot was voor dierengeneeskunde. Hij zei mij dat ik gewoon mijn hart moest volgen. Dat kan natuurlijk niet altijd, want dan lag ik elke dag op het strand. Er zijn altijd dingen die je tegen je zin in moet doen, want anders schiet het ook niet op. Maar je hebt wel iedere dag de keuze om iets te veranderen. Het is maar net welke beperkingen je jezelf oplegt.”

Hoe zie je de toekomst in voor de cosmetische geneeskunde?

“Vaak wordt cosmetisch gezien als synoniem voor medisch niet-noodzakelijk en dat bestrijd ik. Zo wordt een bovenooglidcorrectie waarbij het zicht wordt belemmerd als medisch noodzakelijk gezien. Maar als het zicht goed is, maar je krijgt dagelijks de vraag of je moe of niet-uitgeslapen bent, dan heeft een bovenooglidcorrectie naar mijn mening ook zeker een doel met gezondheid als uitgangspunt. Bovendien ben ik een voorstander voor een minimum leeftijd van 21 jaar in plaats van 18 jaar. Aan de andere kant zijn de meeste artsen erg terughoudend bij jonge meiden en kunnen we 100% garantie bieden voor een natuurlijk resultaat. Wij als artsen dragen een stukje bij aan het letterlijk en figuurlijk beter in je vel zitten. Gezondheid is niet alleen het genezen van ziekten. Het is meer dan dat. Het is fijn om te zien dat collega’s van andere vakgebieden steeds meer in de gaten krijgen wat wij precies doen. En hopelijk zal deze ontwikkeling zich verder voortzetten.”