Interview met cosmetisch arts Yvonne Aarnink

Wie is nu eigenlijk de persoon in die witte jas? De NVCG stelt graag de cosmetisch artsen KNMG die bij de NVCG zijn aangesloten aan jou voor. Om zo onze artsen beter te leren kennen, onze kernwaarden zoals Kwaliteit & Veiligheid te delen en te vertellen wat dit voor cosmetisch arts KNMG betekent.

Deze keer is het de beurt aan cosmetisch arts KNMG Yvonne Aarnink. Voor Yvonne is elk gezicht een puzzel. “Per patiënt kijk ik hoe goed ik diegene weer op zichzelf kan laten lijken, maar dan in een mooiere variant. Voor een extreem uiterlijk hoef je niet bij mij aan te kloppen, want daar sta ik allesbehalve achter.”

Waar heb je gestudeerd?
“Ik ben begonnen met Technisch Geneeskunde aan de Universiteit Twente. Vervolgens heb ik de Master Arts-Klinisch Onderzoeker (AKO) in Maastricht gedaan.”
Als je geen cosmetisch arts was geworden, wat was je dan wel geworden?
“Mijn eerste droom was om dierenarts te worden.”
Wat is het beste advies dat je ooit hebt gekregen?
“In eerste instantie was ik niet toegelaten tot de AKO-opleiding. Mijn tante zei mij toen dat ik mijn leefomgeving zo moet creëren dat ik alsnog gelukkig word, ondanks mijn beroep. En dat heb ik gedaan. Ik besloot een leven te creëren waarin ik ook naast mijn werk gelukkig ben.”


Wat houdt jouw titel als cosmetisch arts KNMG precies in?

“Deze titel is in de laatste jaren pas ontwikkeld. Er zijn veel artsen die in dit vakgebied rondzwerven die denken goede kwaliteit te kunnen leveren. Om een onderscheid te maken tussen de gekwalificeerde artsen en de niet-gekwalificeerde artsen is de NVCG-opleiding opgericht. Zelf heb ik de opleiding niet hoeven doorlopen, want als arts met voldoende werkervaring en scholing werd ik gevisiteerd voor de overgangsregeling. Deze visitatie heb ik in 2018 behaald en zo heb ik mijn titel cosmetisch arts KNMG gekregen. Toen ik in de wereld van botox en fillers terechtkwam, was ik basisarts en zo word je ook door andere (specialist)artsen gezien. Maar als je eenmaal de titel cosmetisch arts KNMG hebt, ben je in mijn ogen ook een specialist. En dat dwingt respect af, merk ik. Er komen mensen naar mijn spreekuur juist omdat ik een NVCG gekwalificeerd cosmetisch arts ben. ‘Ik betaal misschien wel het dubbele’, zeggen patiënten, ‘maar dan weer ik zeker dat het goed is’. Daar ben ik erg trots op.”

Jij bent dus vanuit de overgangsregeling gekwalificeerd als cosmetisch arts KNMG en hebt de NVCG-opleiding dus niet doorlopen. Wat heb je dan gestudeerd?

“Ik heb alles met een omweg gedaan. Als bachelor heb ik Technische Geneeskunde gestudeerd aan de Universiteit Twente. Na een jaar wist ik dat dit niet mijn vakgebied was en heb ik mij twee keer aangemeld voor Diergeneeskunde, waar ik beide keren voor ben uitgeloot. Ondertussen had ik mijn bachelor Technische Geneeskunde nagenoeg afgerond en had ik mijn pijlen gericht op de humane Geneeskunde. Ik wilde arts worden, zonder opnieuw te hoeven beginnen. Toen heb ik in Maastricht de Master Arts-Klinisch Onderzoeker (AKO) gedaan. In een moordend tempo word je in vier jaar klaargestoomd als arts en wetenschapper. Overdag had ik college en ’s avonds studeerde ik of deed onderzoek. Na deze basisartsopleiding kwam al vrij snel de Velthuis Kliniek op mijn pad en daar werk ik nu 9 jaar. Velthuis is een hele mooie springplank om het diepe in te duiken. Je komt volop in de cosmetiek terecht en je bepaalt samen met de plastisch chirurg en de huidtherapeut het behandelplan. Zo leer je meteen met alle disciplines samen te werken en je niet alleen te focussen op de injectables.”

Wat vind je het mooiste aan je werk?

“Dat ik soms resultaten kan behalen die mensen zelf niet hadden durven dromen. Dat is echt fantastisch! Sommige mensen hebben een laag verwachtingspatroon, terwijl anderen juist denken dat ze met het behandelen van één lijntje er gelijk stralend uitzien. Dat ene lijntje is een gevolg van verschillende verouderingsprocessen en ik wil daarbij de oorzaak aanpakken. En dit kan ontzettend mooi met bijvoorbeeld een liquid facelift. Voor mij is het ook heel belangrijk dat het resultaat van een behandeling natuurlijk oogt. Vaak zie je mensen op tv met dezelfde uiterlijke kenmerken. Dat is jammer. Ik wil juist dat de patiënt weer op zichzelf gaat lijken, maar dan in een mooiere, frissere variant. Voor mij is elk gezicht daarom een puzzel. Als ik patiënten in die aanpak meekrijg en ze het hele plan met me willen doorlopen, dat is erg leuk. Het klinkt cliché, maar ik vraag dan ook vaak aan de mensen of ze me vertrouwen. Dat vind ik belangrijk, want ik ga tenslotte wel met hun gezicht aan de slag.”

Zitten er ook nadelen aan?

“Jazeker. Ik heb een bepaalde naam en een bepaald type patiënt. Je hoeft niet op mijn spreekuur te komen voor een extreem uiterlijk. Sommige doctoren zien er zelf ook onnatuurlijk uit, dat is toch niet representatief? Dat extreme, daar heb ik soms wel moeite mee. Die ene procent die doorslaat, verpest het beeld van het werk dat wij doen. Want wij doen juist hele mooie dingen. Ik had bijvoorbeeld een paar weken geleden een meisje op mijn spreekuur dat 15 jaar geleden in haar gezicht was gebeten door een hond. Dat wij haar weer hebben kunnen laten stralen, is echt mooi om te zien. Het doel van ons werk is om mensen eruit te laten zien zoals ze zich voelen. Als je wordt verteld dat je vermoeid bent maar je bent het niet, dát is pas vermoeiend! Maar daar kunnen wij gelukkig verandering in brengen.”

Wilde je vroeger altijd al arts worden?

“Ik wilde vroeger van alles worden, van F16-piloot tot iets met paarden. Op de middelbare school vond ik biologie en dieren altijd al ontzettend leuk. Dierenarts stond natuurlijk hoog op mijn lijstje. Tijdens mijn AKO-opleiding, wilde ik neuroloog worden. Maar toen ik mijn coschappen deed, ging ik weer twijfelen: ik vond alles leuk, maar niets echt fantastisch. Uiteindelijk ben ik voor de Cosmetische Geneeskunde gegaan, mede vanwege de variatie en omdat ik een sociaal leven en mijn paarden naast mijn werk erg belangrijk vond. Word je bijvoorbeeld specialist in het ziekenhuis, dan is het een stuk lastiger om dat te combineren. Maar nu kan ik bijna elke dag tijd vrijmaken om mijn paarden te kunnen zien en rijden. Dierenarts is het dan weliswaar niet geworden, maar inmiddels heb ik een geweldige baan als mensenarts.”

Ligt er een boek op jouw nachtkastje, en zo ja welke?

“Ja zeker, ‘How not to die’, van de Amerikaanse arts Michael Herschel Greger. Het is een boek dat gaat over hoe je je levensstijl aan kunt passen, waardoor je veel medische problemen kunt voorkomen. Ouderdom komt namelijk ook voort uit het voedsel dat we eten. Vooral het eten van nu bevat veel toegevoegde suikers. Nu moet ik toegeven dat ik gek ben op Tony’s Chocolonely. Maar elke dag McDonald’s of snoep, dat vinden je cellen niet fijn. Hierdoor gaan cellen sneller verouderen. Er zijn verschillende ziekten die wij zelf creëren door het voedsel dat we eten. Ik probeer daar meer mee bezig te zijn en dit boek helpt hierbij. Het is ook interessant om te lezen dat je niet de enige bent en daarnaast haal ik er ontzettend veel gezondheidsvoordelen uit.”